Diederik Wolsak - Choose Again - Vrijheid in zes stappen

Vorige Artikel 3 van 4 Volgende

Dit boek is te bestellen voor € 19,90 bij uitgeverij Samsara

Choose Again - vrijheid in zes stappen - Verbeter al je relaties en transformeer je leven

In dit boek vertelt de auteur het verhaal van zijn levensreis, van zijn kindertijd in het Jappenkamp tot en met de oprichting van een retraitecentrum in Costa Rica. Terwijl hij zichzelf transformeerde van een zelfdestructieve bullebak vol zelfhaat tot een uitzonderlijk begiftigd therapeut, ontwikkelde hij het proces dat de ommekeer in zijn leven betekende – en dat ook in het leven van de lezer kan zorgen voor immens meer vreugde en rust.

Personen die werken met het 6-stappenplan van Choose Again beleven minder stress en meer vreugde. Het verbetert je relaties en transformeert je leven. Niet voor even, maar structureel. Deze eenvoudige, maar therapeutisch grondige methode, is nu voor iedereen beschikbaar. Grijp deze kans en ontdek een dieper gevoel van geluk dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden.

Al meer dan twintig jaar transformeert Diederik Wolsak mensenlevens met het 6-stappenplan van Choose Again.

Diederik Wolsak is de stichter en programmadirecteur van het Choose Again Attitudinal Healing Center. De organisatie heeft haar thuisbasis in Vancouver (Canada) en een retraitecentrum in Costa Rica. Choose Again kent ook een actief netwerk in Nederland, het land waar Diederik zijn wortels heeft.

 

Een stuk tekst uit het boek.

Wie denk jij dat je bent? 

 

‘Niemand leeft zijn leven.

 

Vermomd al sinds de kindertijd,

Lukraak bij elkaar geraapt

Uit stemmen, angsten en kleine genoegens,

 

Groeien wij op als maskers.

Ons ware gezicht krijgt nooit stem.

 

Ergens moeten de pakhuizen zijn

Waar al die levens liggen

Als harnassen of oude koetsen

Of kleding die slap langs de wand hangt.

 

Misschien is dit het eind van ieder pad,

Dit arsenaal van levenloze zaken.’

~ Rainer Maria Rilke


Wie creëert de ervaring? Dat ben jij. Dat ben ik. Maar niet de Jij of Ik die wij werkelijk zijn. Degene die mijn ervaring creëert is het wezen dat ik bedacht heb – maar dat wezen is een op hol geslagen robot geworden. 

    De ‘ik’ die jij denkt dat je bent, kan er gedachten zoals deze op nahouden:

- ‘In de ogen van de buitenwereld ben ik een uiterst succesvol advocaat, maar thuis ben ik steeds alleen maar boos.’

- ‘Ik werk als leraar en in mijn vrije tijd houd ik van lezen. Ik heb de perfecte baan, maar ik voel me zo depressief dat het eigenlijk allemaal zinloos lijkt.’

- ‘Ik ben een slechte moeder en echtgenote – het lijkt wel of ik het nooit goed genoeg kan doen.’

- ‘Ik ben de gangmaker op ieder feest, maar echt goede vrienden heb ik niet.’

 

    Wanneer iemand die je pas hebt ontmoet je vraagt om iets over jezelf te vertellen, zeg je wellicht iets over je werk, je interesses, je gezin. Dat is hoe we onszelf definiëren: aan de hand van onze positie in de maatschappij, de opleiding die we hebben genoten, favoriete sportclubs, hobby’s. Een dokter definieert ons misschien eerder aan de hand van onze gezondheidstoestand, een accountant aan de hand van hoeveel geld we hebben. Op allerhande manieren worden we gelabeld, gecategoriseerd en gedefinieerd.

    De maatschappij heeft ons ertoe aangezet een beeld naar buiten te projecteren dat vaak in strijd is met wat we van binnen voelen. We doen ons best om er goed uit te zien en goed gekleed te gaan, met alle kenmerken en attributen die horen bij de stijl die we gekozen hebben, en we zorgen dat we alle gadgets en statussymbolen hebben waarmee we de goedkeuring van onze buren kunnen verdienen. Die obsessie met uiterlijkheden is ontstaan doordat we het contact zijn kwijtgeraakt met wie we werkelijk zijn. We willen niet dat iemand degene ziet die we in werkelijkheid denken te zijn, en dus zijn we steeds op onze hoede en verbergen we aspecten van onszelf waar we een hekel aan hebben. 

    Er is een onbewust deel van onze identiteit dat bestaat uit een reeks kernovertuigingen, die zich voor een groot deel aan onze waarneming kunnen onttrekken. Maar toch is het deze verzameling overtuigingen die van invloed is op ons gedrag, en die letterlijk bepaalt wat we voelen en beleven. Dit is het zelf met de kleine ‘z’, ofwel het ego. Deze set overtuigingen is wat ik denk dat ik ben.

    Velen van ons zijn zich er niet eens van bewust dat hun geest een ‘zelf’ heeft gecreëerd dat de touwtjes in handen heeft en het leven tot een puinhoop maakt. Als jij in jouw leven een patroon herkent – dat je jezelf keer op keer in dezelfde frustrerende situatie bevindt – dan kun je er vergif op innemen dat dit patroon voortkomt uit je onbewuste overtuigingen. Het goede nieuws is dat je je gedragspatronen kunt veranderen door je bewust te worden van die overtuigingen en ze aan het licht te brengen. Dat is de manier waarop je verslavingen kunt helen, korte metten kunt maken met chronische stress, en je depressie achter je kunt laten.

    Om een aanvang te kunnen maken met het werk dat nodig is om werkelijk gelukkig te worden, moeten we eerst een goed idee krijgen van wie we denken te zijn. Dit hoofdstuk maakt duidelijk hoe het ego zich ontwikkelt – het zelf dat we ‘denken’ te zijn, op basis van kernovertuigingen waar we ons niet bewust van zijn.

 

De ontwikkeling van onze kernovertuigingen 

Voor de meesten van ons is het leven begonnen met de pure liefde en totale verrukking waarmee onze ouders ons bekeken direct na de geboorte. Zij knuffelden ons, ze troostten ons, gaven ons te eten, verschoonden onze luiers en ze keken vol trots naar iedere volgende fase in onze ontwikkeling. In hun ogen waren we perfect.

    Als kind zijn we volstrekt egocentrisch – we vinden het heel vanzelfsprekend dat de wereld alleen om ons draait. De bewondering van onze ouders geeft ons niet alleen de boodschap dat we een veilig en volledig verzorgd bestaan leiden, maar ook dat we per definitie de moeite waard zijn en alle liefde van de wereld verdienen.

    Maar er komt vroeg of laat een moment waarop er iets gebeurt en een ouder of verzorger op ons reageert op een manier die niet zo liefdevol is. Misschien heeft mama een moeilijke dag gehad en reageert ze geïrriteerd wanneer we ons eten van de kinderstoel op de grond gooien, of misschien komt papa dronken thuis. Omdat we tot dan toe alleen te maken hebben gehad met liefdevolle ouders, ervaren we nu een ongemakkelijk gevoel, en nemen we aan dat wij iets gedaan moeten hebben dat dit nieuwe, onverwachte gedrag van een van onze ouders heeft veroorzaakt. Onze jonge geest zal er altijd van uitgaan dat het onze schuld is. Hoe vaak hebben mama en papa niet gezegd dat wij ze zo gelukkig maken? Als ik als baby in staat ben een volwassene gelukkig te maken, dan is het nogal logisch dat ik ze ook ongelukkig kan maken.

    Als mama weer boos wordt, of wanneer papa voor de derde of de vierde keer dronken thuiskomt, grijpen we dit aan als aanvullend bewijs voor de overtuiging dat we slecht zijn, niet de moeite waard, dat we geen liefde verdienen, dat we voorbestemd zijn voor de slachtofferrol – of welke negatieve overtuiging dan ook. Daar kan nog de aanname bij komen dat als we wel het liefhebben waard waren, papa niet zou drinken en mama zich nooit zou ergeren. Klinkt licht krankzinnig, nietwaar? En toch is dat precies hoe wij allemaal zijn gekomen tot wat we nu onze ‘persoonlijkheid’ of ons ‘karakter’ noemen.

    Wanneer zo’n overtuiging zich eenmaal in ons heeft vastgezet, gaan we de wereld door de bril van die overtuiging bekijken. Als wij denken dat we slecht zijn, zullen we iedere keer dat we een standje of straf krijgen in ons geheugen opslaan, terwijl we vergeten dat we ook vaak dikke pret hadden met onze ouders. Voor die herinneringen is geen plaats, want om de overtuigingen ten aanzien van mijzelf in stand te houden en te versterken, kan ik mezelf niet toestaan om bewijzen van het tegendeel in mijn bewustzijn toe te laten. ‘Niemand kan je overtuigen van een waarheid die je niet wilt kennen’, heet het in Een cursus in wonderen. Door de bril van onze overtuigingen zien we vooral de dingen die verkeerd lijken te gaan, en alle manieren waarop we slecht of oneerlijk worden behandeld.

    Voor het in stand houden van een kernovertuiging is altijd bewijs nodig. En dus gedragen we ons op een manier die het nodige bewijsmateriaal oplevert. We zullen bijvoorbeeld onbewust de woede van een ouder over ons afroepen, of de irritatie van een leerkracht, of de afkeer van een groep vrienden. Dit soort gebeurtenissen leidt tot precies het gevoel van schaamte en afwijzing dat nodig is om de kernovertuiging in stand te houden.

    Met andere woorden, de diep verborgen overtuiging dat er iets ‘beschamend’ is aan wie ik ben, zorgt ervoor dat ik me gedraag op een manier die precies dat gevoel van schaamte oproept.

    Deze feedbackloop (zie illustratie) versterkt de overtuigingen die tezamen onze identiteit zullen gaan vormen. En die kernovertuiging zal ieder aspect van je leven blijven bepalen totdat je doorkrijgt dat je hier ook tegenin kunt gaan en je overtuiging kunt transformeren.

    Jonge kinderen gaan er meestal van uit dat het op de een of andere manier hun schuld is wanneer hun ouders gaan scheiden. Als we altijd van onze ouders te horen hebben gekregen dat we ze zo gelukkig maken, dan zullen we concluderen dat het ook op de een of andere manier onze schuld is wanneer ze niet gelukkig zijn. Nu bestaan er misschien ouders die onophoudelijk gelukkig zijn, maar ik heb ze nog nooit mogen ontmoeten! We hebben allemaal de overtuiging ontwikkeld dat we verantwoordelijk zijn voor het geluk van onze ouders, en later in het leven ook voor het geluk van onze partners. 

Geloven dat jij verantwoordelijk bent voor het geluk van je partner is een van de manieren waarop je je relatie tot een hel kunt maken.

© 2014 - 2020 MIC webwinkel | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel